Pioniers van het Volwaard-concept

InnovatieInno-FeedMVOCoppens ContactMedewerkersGeschiedenis

Trots op 15 jaar Volwaard

Vleeskuikenhouders Niek van de Borne, Piet Verberne, Willy en Ardi van Erp en Wim Sonsbeek blikken samen met Marijke de Jong (Dierenbescherming) en Coppens terug op 15 jaar Volwaard. Deze voorlopers zijn de pioniers van het Eén Ster Beter Leven Keurmerk, ofwel Scharrelkip.

Een terugblik

Omstreeks 2000 startte de discussie rondom het traditionele vleeskuiken en kwam de wens voor alternatieven. In 2003 startten Marijke de Jong en Ad Kemps (voormalig commercieel directeur Coppens Diervoeding) met de uitwerking van hun vooruitstrevende idee: een nieuw houderijconcept met aandacht voor dierwelzijn. In 2006 werd dit concept concreet uitgerold: onder de naam “Volwaard vleeskuiken”. Het Volwaard vleeskuiken werd een langzamer groeiend vleeskuiken, gehouden onder aanvullende welzijnsvoorwaarden, zoals een stal met een overdekte uitloop en een langere groeitijd. Vijf enthousiaste pluimveehouders geloofden in deze manier van kuikens houden; samen met de Dierenbescherming en Coppens, starten ze met het Volwaard concept. “Ad Kemps heeft iets nieuws, dat wilde ik wel proberen! Het is goed dat we er mee begonnen zijn!” vertelt Piet. Marijke: “Het is mooi te zien dat jullie na 15 jaar nog steeds zo betrokken zijn!”

De start

Uit een marktonderzoek bleek dat het nieuwe product een luxere uitstraling moest hebben. Consumenten zouden bereid zijn meer te betalen voor deze kip. Marijke “Het was een mooie verpakking die opviel en perfect was voor de eerste introductie.” Toch werd de verpakking later vereenvoudigd. Wim: “De burger wil van alles, maar de consument wil vooral de laagste prijs.” Marijke “Dat speelt nog steeds. Een mooie verpakking: dat zal wel een duur product zijn.” Het omslagpunt kwam rond 2009 toen Albert Heijn en Plukon het groots wilden aanpakken. Voorwaarde was wel dat het gepresenteerd werd als ‘scharrelkip’. “Het was wel grappig dat zij het toen presenteerden als een nieuw concept, terwijl wij dat al lang in de stal hadden,” lacht Niek. Toen het complete kipassortiment in de schappen lag nam het concept een vlucht. Marijke: “In het begin hebben jullie het niet makkelijk gehad. Andere pluimveehouders waren sceptisch en gaven veel kritiek.” Dat beaamt Niek; “Na anderhalf jaar heb ik wel eens gedacht; dit gaat nooit goed komen. Dat na 15 jaar de scharrelkip het ‘nieuwe normaal’ is, vind ik echt bijzonder!"

Keurmerk

Marijke: “Voor de Dierenbescherming was het ook heel spannend, want het was ons eerste keurmerk. We waren aan het nadenken hoe we via de markt diervriendelijke producten konden krijgen. Het kwam gewoon mooi samen. Met een mooie stal en supermarkten die erbij betrokken waren. We hadden een mooi product om ons keurmerk te lanceren.”

“Vanuit onze achterban kregen we ook veel kritiek. Vlees afkomstig uit de intensieve veehouderij kon toch geen stempel van de Dierenbescherming krijgen!” Piet: “Toch heeft die ster het Volwaardkuiken gered. Voor de kritische consument was het keurmerk doorslaggevend.”

Werkplezier

Bij de vleeskuikenhouders zelf heeft het werkplezier een belangrijke bijdrage geleverd aan het succes. Je ziet dat terug bij pluimveehouders die sinds een jaar of twee zijn omgeschakeld. Piet: “Wat wij 15 jaar geleden zeiden, zeggen zij nu ook. Het werkplezier is echt goed!” Dat beaamt Wim: “Als je de kuikens nu aflevert, geniet je daar gewoon van. Ze rennen nog rond door de stal. Het is echt mooi om te zien, omdat ze nog zo in beweging zijn.”

Spannende toekomst

Vanaf 2023 gaan vrijwel alle supermarktketens alleen nog maar Eén Ster Beter Leven kip verkopen. Pluimveehouders schakelen daarom nu massaal om naar het scharrelconcept. Niek: “Eigenlijk had ik liever gehad dat het een concept was gebleven, omdat ik bang ben dat het vergoedingssysteem onder druk komt te staan. Ketenregisseurs en slachterijen spelen daarin een belangrijke rol. We hebben nu een concept en dat loopt als nooit te voren; dat moet wel zo blijven!” 

Over de toekomst zijn de meningen verdeeld. Willy: “Vanuit de overheid wordt steeds meer gestimuleerd om dieren te houden met aandacht voor het natuurlijk gedrag en diergericht ontworpen stallen. Er is nog een volgende stap te maken op gebied van dierenwelzijn en gebied van natuurlijk gedrag.” Wim denkt juist dat de volgende stap op het gebied van duurzaamheid ligt. “We zouden na moeten denken over de vraag of je daar een concept voor kunt neerzetten.” Marijke beaamt dat: “Naast dierenwelzijn is er ook steeds meer aandacht voor onder andere milieucriteria, zoals voer en energie.” 

Ontwikkelingen in de branche 

Door de toenemende vraag naar scharrelkip zie je een stijgende import van scharrelkip uit bijvoorbeeld Polen. Hoe gaan we om met buitenlandse leveranciers voor goedkopere scharrelkip? Marijke: “De Dierenbescherming praat hierover met supermarkten en adviseert ze te kiezen voor Nederlandse pluimveehouders. Uit onderzoek blijkt ook dat consumenten, met name door corona, liever regionaal willen kopen. Uiteindelijk zal ook de Nederlandse overheid daar een belangrijke rol in kunnen spelen (bijvoorbeeld door het sneller verlenen van vergunningen voor de uitloop). Er zijn verschillende initiatieven om pluimveehouders hierbij te ondersteunen: bijvoorbeeld het marktprogramma ‘Verduurzaming Dierlijke Producten’. Een samenwerking tussen verschillende marktpartijen die geïnitieerd is door de LNV, de Dierenbescherming, Alliantie Verduurzaming Voedsel en ZLTO. Het doel is om duurzame ketens die via de markt willen verduurzamen te faciliteren. Bijvoorbeeld op het gebied van knelpunten (zoals bij vergunningen). Het realiseren van een uitloop is soms lastig vanwege wet- en regelgeving.” Er zijn daarin grote verschillen tussen de provincies. De Dierenbescherming lobbyt hiervoor bij provincie Noord-Brabant. Ook Coppens Diervoeding neemt samen met een aantal pluimveeklanten een voortrekkersrol in deze lobby.

Duurzaamheid

“Eén Ster Beter Leven wordt nog vaak veroordeeld, dat het niet duurzaam zou zijn, omdat je meer voer moet gebruiken. Maar dat is juist niet zo! Doordat de dieren niet zo hard hoeven te groeien als reguliere kuikens, kun je op andere manieren duurzamer werken. Door meer reststromen in het voer te gebruiken of te kiezen voor alternatieve eiwitstromen,” benadrukt Wim. Piet beaamt dat: “Ze kijken vaak alleen naar de CO2-afdruk van scharrelkuikens. En roepen dat die te hoog is. De rest wordt steeds vergeten. Zo is ook het antibioticagebruik bij scharrelkip een stuk lager.” Niek springt bij: “En wat denk je van fijnstof: doordat je minder ventileert is de uitstoot ook minder. Wat komt er écht in de omgeving?”

Trots 

De pluimveehouders zijn trots op ‘hun’ kuikens en tot op de dag van vandaag erg betrokken bij de ontwikkelingen in de branche.

Vacature

Interesse in een uitdagende baan in een boeiende organisatie met uitstekende arbeidsvoorwaarden?

Vacatures

 

Wij helpen graag

Wilt u dat wij contact met u opnemen? Laat hieronder dan uw gegevens achter:

* verplichte velden