Sector in beweging

NieuwsarchiefAgenda

Bedrijfsreportage: Peter Vosters uit Hapert

Publicatiedatum: 27-08-2018

“Anderhalf jaar geleden heb ik een nieuwe start gemaakt met mijn varkensbedrijf,” vertelt Peter Vosters uit Hapert. “Ik ben toen begonnen met een nieuwe zeugenstapel en ben tegelijkertijd overgestapt op een meerwekensysteem. Ik was destijds het eerste bedrijf dat volledig gestart is met TN70 gelten. Ik heb geen moment spijt van gehad van deze keuzes.”

Meerwekensysteem biedt veel voordelen

“Ik houd 450 zeugen met 10 à 15 opfokgelten. Met het meerwekensysteem heb je te maken met piekdagen, waarin het erg druk is. Maar als je de pieken weet op te vangen, is het een goed systeem en biedt het vele voordelen,” legt Peter uit. “Zo zorgt het voor structuur op je bedrijf en kun je op het juiste moment de focus leggen op de groep die dat nodig heeft. In de werpweek heb ik bijvoorbeeld volop tijd voor de biggen. Door de grote groepen kun je bovendien makkelijk biggen verleggen, waardoor je meer biggen overhoudt. Met dit systeem is het veel rustiger in het kraamhok. Voorheen werd er iedere week gebigd en gespeend, wat veel rumoer en onrust veroorzaakte in de stal. Bovendien is de ziektedruk een stuk lager, doordat er nu veel minder transportbewegingen op het erf zijn. Ook het feit dat er maar twee leeftijdsgroepen biggen in de biggenbatterij liggen, verhoogt de diergezondheid. En natuurlijk zijn de af te leveren koppels biggen een stuk groter.”

Leeftijd en gewicht gelten belangrijk

“Tijdens het opstarten van het meerwekensysteem, moesten we meteen volledige groepen met zeugen maken. Dit betekende in het begin dat we enkele gelten te vroeg moesten insemineren. We hebben duidelijk het verschil gemerkt in de resultaten tussen de groepen met gelten, die vanaf moment van insemineren goed op gewicht waren en oud genoeg waren én de groepen gelten die te jong en te licht waren. Zo hadden we 14,2 levend geboren biggen bij de groep gelten die op 235 dagen leeftijd geïnsemineerd was en 12,3 biggen bij de groep gelten van 218 dagen. Om de gelteninstroom optimaal te laten verlopen, heeft Coppens nieuwe voerschema’s en voeders samengesteld en deze afgestemd op een snelle ontwikkeling van de gelten. Daar hebben we nog steeds profijt van.”

14,6 gespeende biggen

“Rond maart van dit jaar draaide ik gemiddeld 13,6 gespeende biggen per worp. Samen met Coppens had ik het doel gesteld om dit verder te verbeteren. In de afgelopen drie maanden speenden we gemiddeld 13,8 biggen per worp. Het gemiddelde van mijn beste groep zeugen is 14.6 gespeende biggen per zeug. Door het meerwekensysteem zijn we niet in staat om gebruik te maken van pleegzeugen. Alle biggen worden daarom bij de eigen zeug gespeend. We kunnen door dit systeem wel op het juiste moment aandacht geven aan de groep die dat nodig heeft. In de eerste week zitten we bijvoorbeeld continu in het kraamhok. Het uitvalpercentage was daardoor gemiddeld 11% in het afgelopen jaar en in de beste groep zeugen 6%.”

Zeugen op maat voeren

Peter: “De zeugen vallen veel af in de kraamstal. Je ziet ze slanker worden door de grote tomen die erbij liggen. Als ze gedekt zijn, komen ze gelukkig wel weer snel op gewicht. Omdat iedere zeug anders is, bekijken we wat de individuele zeug nodig heeft en passen we de curve hier op aan. We maken dan onderscheid tussen magere, gemiddelde en hoogproductieve zeugen. Deze individuele aanpak werkt!”


Terug naar het overzicht
Deel dit bericht