Sector in beweging

NieuwsarchiefAgenda

Het belang van een goede start

Publicatiedatum: 10-03-2016

„Eendagskuikens zijn geen “kleine vleeskuikens”.  Eendagskuikens kunnen hun temperatuur niet zelf op niveau houden en hun maagdarmstelsel is nog onontwikkeld. Daardoor is de vertering en opname van nutriënten beperkt,” vertelde dierenarts Johan van Erum woensdag 2 maart op het minisymposium van Coppens Diervoeding voorafgaand aan de LIV in Venray.  De ontwikkeling van een goed afweersysteem en een goede vleeskuikenkwaliteit loopt door na het broedproces.

Belang van een goede start

De groei in de eerste week is bepalend voor het eindgewicht. Ook de uniformiteit van het koppel, belangrijk voor de technische resultaten en de slachterij,  wordt grotendeels bepaald in de eerste levensweek. De groei van het maagdarmstelsel begint 24 uur na de opname van het eerste voedsel. Het maagdarmstelsel is het grootste afweerorgaan van het lichaam. „Voor een goede start is het dus belangrijk dat de kuikens zo snel mogelijk na aankomst op het bedrijf voer en water op kunnen nemen,” stelt van Erum. Voeropname zorgt voor een goede ontwikkeling van het afweersysteem. Stress vertraagt de ontwikkeling van het immuunsysteem door het vrijkomen van corticosterioden, het stresshormoon.

Beoordelen van startperiode

Van Erum noemde een aantal tools om de startperiode te beoordelen:

  • Lichaamstemperatuur: meet bij minimaal 20 kuikens per stal de cloacatemperatuur. De eerste dagen moet die tussen 40 en 40,6ºC zijn en vanaf dag 3-4 41ºC.
  • Kropvulling; check bij 30 kuikens per stal de kropvulling na en 24 uur. Na 8 uur moet 80% en na 24 uur moet 95% van de kropjes gevuld zijn.
  • Dagelijkse weging van minimaal 100 kuikens individueel per stal. Doel: dagelijks 25% gewichtstoename. Start met het wegen op dag 0, voor de eerste opname van voer of water.
  • Gewicht op 7 dagen leeftijd: doel 4,5 keer het startgewicht
  • Uniformiteit: doel de uniformiteit op dag 0 is gelijk aan dag 7. Met +/- 10% is boven 80% een koppel zeer uniform.

Meetresultaten op bedrijven laten zien dat de water- en voeropname in de eerste 24 uur tussen bedrijven veel varieert, maar de variatie binnen een koppel is ook zeer groot.

Meten is weten

Licht, water, voer en temperatuur noemde van Erum als aandachtspunten voor een goede start. Een goede homogene lichtverdeling, goede waterhygiëne, temperatuur van het drinkwater, hoogte drinkpunt en goede waterdruk.  Vijfentwintig procent van de vloeroppervlakte moet bedekt zijn met voer. In de pannen, maar wel afgesteld op de juiste hoogte,  en 10-20% op papier.

Kuikens kunnen hun lichaamstemperatuur de eerste tien levensdagen niet regelen. Let ook op met nieuwe ontwikkelingen zoals de ammoniakreducerende systemen. Deze hebben invloed op de relatieve luchtvochtigheid en de luchtsnelheid. Rondcirculerende lucht heeft meer effect op eendagskuikens dan op grote vleeskuikens. Meten is weten, het kost arbeid maar het loont volgens Van Erum. Hij houdt als norm aan: temp + rv = 90 + weeknummer.

„Denk op individueel dierniveau in plaats van stalniveau. Probeer ervoor te zorgen dat ieder kuiken zijn eigen comfortzone op kan zoeken,” is het advies van Johan van Erum.
(Tekst: Monique van Loon)


Terug naar het overzicht
Deel dit bericht