Sector in beweging

NieuwsarchiefAgenda

Kalkoensector in beweging

Publicatiedatum: 29-08-2017

De kalkoenhouderij in Nederland is een relatief kleine sector, maar dat wil niet zeggen dat er geen  ontwikkelingen plaatsvinden. Integendeel zelfs!

Theo Coumans, kalkoenhouder te Ospel:

“Ik ben gestart met huisverkoop van kalkoenvlees. Samen met enkele andere kalkoenhouders doen we dit onder de merknaam “de Slanke Bourgondier”. We willen het Nederlandse kalkoenvlees bij het grote publiek onder de aandacht te brengen. Het project verloopt naar tevredenheid. De beperkende factor is momenteel het gebrek aan tijd. Om zo’n project te laten slagen moet je constant op zoek zijn naar potentiële klanten en je bestaande klanten actief blijven benaderen met een duidelijk en transparant verhaal.”

Marleen van der Most, pluimveedierenarts Poultry Vets te Ell:

“Waar we met zijn allen trots op mogen zijn in de kalkoenensector is de vermindering van het antibioticagebruik met ca. 40%. De nadruk is de laatste jaren duidelijk komen te liggen op de preventie van ziekten.

Opvallend is ook dat we bij de kalkoenen al jaren gewend zijn om met regelmaat, gezamenlijke bedrijfsbezoeken te plannen, waarbij zowel dierenarts, diernutritionist, als kalkoenhouder aanwezig zijn. Juist doordat er in kalkoenhouderij tijdens een ronde enkele kritische momenten zijn, waarop je zeer attent moet zijn, bewijst dit soort overleg direct haar meerwaarde.

Daarnaast lijkt het alsof voorheen virussen een ‘duidelijker’ ziektebeeld gaven. Diezelfde virussen spelen nu nog steeds een rol, maar ze sluimeren meer op de achtergrond. Hierdoor vertonen de dieren niet het uitgesproken ziektebeeld van het betreffende virus, maar zijn ze wel vatbaarder voor andere ziekteverwekkers. Het stellen van de diagnose wordt hierdoor niet makkelijker. Het belang van een goede samenwerking met pluimveehouder en diernutritionist wordt daardoor steeds waardevoller.

De openheid en transparantie binnen deze kleine sector is sowieso erg opvallend. Het belang van de sector staat hier duidelijk voorop en de onderlinge contacten zijn goed. Deze open cultuur is zeker een kracht van de sector.”

Adrie Melis, kalkoenhouder te Oisterwijk:

“Anderhalf jaar geleden ben ik, net als veel andere kalkoenhouders, overgestapt naar de Hybrid Converter genetica. Dit in verband met de pootproblematiek en darmgezondheid problemen van de toen aanwezige genetica.Hybrid Converters stonden bekend als een sterk ras, waarbij de vertering goed te sturen is. Het ras voldoet tot op heden aan de gestelde verwachtingen. Natuurlijk heeft ook het voortschrijdend inzicht betreffende ventilatie, vaccinatie en
entschema’s een bijdrage geleverd aan de gezondheid van de dieren. Ziektepreventie staat bij mij hoog in het vaandel.”

Marcel Geraedts, kalkoenhouder te Beesel:

“Drie jaar geleden heb ik mijn bedrijf gemoderniseerd. Met het creëren van ruimtelijke opfok in plaats van opfok in ringen en implementatie van een ander verwarmings- en drinksysteem, spaar ik per jaar 300 tot 350 uur werk uit. Tevens is de opfokkwaliteit van mijn jonge kalkoenen hierdoor duidelijk verbeterd.

Ik ben overgestapt van ronddrinkers naar drinknippels. In combinatie met de centrale verwarming blijft het strooisel nu veel droger. In West-Europa was ik de eerste die dit drinksysteem in een afmeststal voor hanen ging gebruiken. Ik heb er mee moeten leren werken, maar vanaf het moment dat ik de afstelling in de vingers had, werkte het systeem perfect.”

Jan Jonkers, diernutritionist vleespluimvee Coppens Diervoeding te Helmond:

“De grootste uitdaging van de laatste jaren binnen de kalkoendiervoeding was het optimaliseren van de voeders om de darmgezondheid te verbeteren.

Deze aanpak heeft bijgedragen aan een lager antibioticagebruik, een betere voetzoollaesiescore en meer afgeleverde dieren. Kortom; een hoger rendement op het primaire kalkoenbedrijf. Daarnaast was de optimalisatie van de voeders gericht op het voorkomen van de black head ziekte bij de kalkoenen. Door een gezonde en stabiele darmflora na te streven en inzet van additieven en ondersteunende producten, verminderen we de kans op black head ziekte.

Mijn doel als diernutritionist is altijd om een voerprogramma op te stellen wat rendement oplevert voor onze afnemers. Daarbij is het continu balanceren tussen kosten en opbrengsten.”


Terug naar het overzicht
Deel dit bericht