Sector in beweging

NieuwsarchiefAgenda

Secuur werk in piglet Research Centre

Publicatiedatum: 21-08-2017

Varkenshouder Hans Bankers uit Deurne verzorgt de biggen in het Piglet Research Centre oftewel de biggenproefstal. Hans heeft een varkensbedrijf met 800 biggenplaatsen, 1456 vleesvarkensplaatsen en 10 ha akkerbouw.

Gemotiveerd aan de slag
“Tijdens de beurs in Venray hoorde ik dat Coppens een varkensbedrijf zocht met speenbiggen om hun voerproeven in te kunnen doen. Dat leek me wel wat,” vertelt Hans. “Het brengt wel extra werk met zich mee. Naast de gewone verzorging ben ik per week ongeveer tien uur extra tijd kwijt. Het voer wordt bijvoorbeeld in zakgoed verstrekt en op een aantal tijdstippen gewogen, zodat we het verbruik in beeld krijgen. Daarnaast worden de biggen iedere week door Joris van Iersel, diernutritionist bij Coppens, en mij gewogen. Het is secuur, maar mooi werk. Het interessante is dat Joris op het einde van de ronde de resultaten ook aan mij terug koppelt.”

Een echte praktijkstal
“Mijn biggenstal is een traditionele stal. De biggen krijgen onbeperkt voer in droogvoerbakken. Om te zorgen dat de biggen in het begin voldoende water en voer opnemen maak ik de eerste drie dagen tweemaal per dag een papje, zowel van het proefvoer, als van het controlevoer. Dat zorgt voor een goede voeropname in het begin van de ronde.”

Verschillende proeven
“Inmiddels hebben we al meerdere proeven afgerond in de stal bij Hans,” vertelt Joris. “We hebben onder andere verschillende voersoorten, grondstoffen en additieven vergeleken in het traject tussen spenen en 25 kg, in de speenfase (0-14 dagen na spenen) en in de biggenfase vanaf 14 dagen.” Hans: “Ikzelf weet nooit wat voor voer de biggen krijgen. Meestal krijg ik twee of drie verschillende soorten voer met gekleurde labels thuis. Deze kleuren corresponderen met de kleuren die om en om voor de biggenhokjes hangen. Ik heb afdelingen van 60 biggen verdeeld over zes hokjes. Van ieder hokje met tien biggen wordt de opname, groei en gezondheid vastgelegd, evenals eventuele beschadigingen.”

Veel proefeenheden
“Doordat Hans veel kleine hokken heeft, hebben we veel proefeenheden per ronde. In iedere proefgroep zitten 300 tot 400 biggen,” vertelt Joris. “Hierdoor kunnen we sneller verschil aantonen, beter verbanden leggen en conclusies trekken. Een ander voordeel is dat Hans een vaste biggenleverancier heeft. Daar zitten biggen met een lager en hoger speengewicht bij. Door aparte groepjes te maken met grote en kleine biggen, kunnen we onze voerstrategieën beter afstemmen op de verschillende behoeften. Je ziet een duidelijk verschil in voeropname tussen deze groepen. Door een andere behoefte en verschil in voeropname, vragen de verschillende biggen een andere voerstrategie.”

Terugkoppelen naar de praktijk
“Doordat we alles wegen, ook de controle groepen, hebben we al veel data verzameld over de groei en opname van gespeende biggen. De meeste varkenshouders beschikken niet over deze gegevens van hun speenbiggen. Het is de kunst om met de verzamelde informatie voersoorten te ontwikkelen en voerstrategieën te bepalen, waarmee onze klanten weer betere resultaten kunnen behalen. In de tabel hiernaast vergelijken we de gegevens van het PiRC met het landelijke gemiddelde.”

Proeven in de toekomst
Joris: “Er staat nog een aantal proeven voor verschillende toeleveranciers in de planning. Daarnaast hebben we nog voldoende ideeën om onze voeders verder te optimaliseren. Uiteraard testen we deze eerst uit, voordat we ze werkelijk in de praktijk inzetten. We willen in de toekomst ook nog bekijken wat het effect van verschillende voersoorten/strategieën bij speenbiggen is, tijdens het latere traject bij de vleesvarkens. Hoeveel winst is er nog te behalen als je investeert in de biggenfase?”


Terug naar het overzicht
Deel dit bericht