Het laatste nieuws lees je op deze pagina

Op de hoogte blijven

NieuwsarchiefAgenda

Wintertips varkenshouderij

Publicatiedatum: 07-11-2018

Het verschil in temperatuur tussen de dag en nacht is momenteel erg groot. De kans op kou, tocht en een verminderde weerstand bij de varkens is in de herfst- en winterperiode zeker aanwezig. Door te anticiperen op het buitenklimaat en de weersomstandigheden voorkomt u zowel terugval in dierprestaties als nood-reparatiewerkzaamheden.

Vleesvarkens

  • Verklein bij de vleesvarkensafdelingen de luchtinlaat of maak deze dicht. Houd wel in de gaten, dat er voldoende geventileerd wordt, in verband met de luchtvochtigheid en het CO2- en ammoniakgehalte. In de meeste gevallen betekent dit dat 30% van de luchtinlaat open is.
  • Om een nauwkeurige minimumventilatie te hebben, is het van belang dat de meetwaaiers en kleppen goed functioneren. Het schoonhouden van de kleppen is hiervoor een vereiste. Vervuilde meetwaaiers draaien stroever waardoor er meer geventileerd zal worden dan door de computer wordt aangegeven.
  • Zorg dat de afdelingen goed droog en op temperatuur zijn, voordat er nieuwe dieren in komen. Door het schoonspuiten koelt het beton erg af.
  • Stel de bandbreedte van de neutrale zone en de temperaturen allemaal in op winterstand.
  • Controleer de verwarming en voorkom stilstand hiervan.
  • Voorkom tocht bij het transport van (natte) dieren om longproblemen te voorkomen.

 

Biggen

  • Ook in de kraamstal en bij de gespeende biggen is extra aandacht voor het klimaat nodig. Houd zowel de temperatuur in de kraamafdeling als in de lignesten van de biggen goed op niveau; In het biggennest moet het continu 35 graden zijn. Jonge biggen die te snel afkoelen nemen minder biest op, met alle gevolgen van dien. Beoordeel ook het liggedrag van de dieren in iedere afdeling.
  • Ook pas gespeende biggen hebben behoefte aan voldoende warmte om een speendip zoveel mogelijk te voorkomen. Zorg ervoor dat de afdeling 12 uur voor opleg een ruimtetemperatuur heeft van 24°C. Hierdoor is de afdeling droog bij opleg en is het binnen 12 uur na opleg minimaal 28°C. Het is dus van belang dat de verwarmingsketel goed werkt.

 

Voercurve zeugen

  • Omdat de onderhoudsbehoefte van zeugen in koude periodes toeneemt, is het raadzaam om samen met uw voorlichter de voercurves te checken en de wegers te ijken, zodat de zeugen zeker niets tekort komen.
  • Daarnaast kunt u de hoeveelheid extra voergift beperken door de staltemperatuur en ventilatie nauwkeurig in te stellen en in de gaten te houden. Wanneer deze constant blijven, hoeft de zeug zelf minder te reguleren, en kan ze haar energie aan haar biggen blijven spenderen.

 

Brijvoerbedrijven

  • Bij vorst is de kans op bevriezing van brijvoerleidingen aanwezig. Loop alle leidingen na en isoleer daar waar nodig is. Vooral de delen in de stal waar geen dieren liggen en de buitenleidingen extra gevoelig zijn voor bevriezing. Isoleren kan op verschillende manieren; het hoeft niet veel te kosten, maar u bespaart uzelf wel een hoop ellende.

 

Voorkom klauwproblemen

  • Door de kou buiten en de warmte binnen, is de kans op vochtige hokken groter. Hierdoor kunnen klauwproblemen ontstaan. Zorg daarom voor een kalkbak in het voerstation en schenk voldoende aandacht aan controle en verzorging van beenwerk en klauwen. Wanneer een kalkbak niet mogelijk is, kan een extra toevoeging aan vitamine en sporelementen via het voer verstrekt worden. Bespreek dit met uw voorlichter.

 

Meer wintertips?

Wilt u nog meer wintertips? Neem dan contact op met onze experts.


Terug naar het overzicht
Deel dit bericht