"De bedrijven met de beste structuur draaien ook het beste."

Inno-Feed zeugenvoer

ZeugenBiggenVleesvarkensBrijvoer

Vernieuwd zeugenvoerprogramma

Wat gebeurt er rondom het werpen? Hoe zit een melkbeurt in elkaar? Wat is het effect van ons handelen op zeugen én biggen? Wat is de relatie tussen de zeug en de big? Wie zorgt ervoor dat de big gaat drinken? Hoe beïnvloed ik de darmgezondheid van de big al voordat ze vast voer opneemt? “Voor de ontwikkeling van ons nieuwe zeugenvoerprogramma hebben we goed gekeken wat er nu werkelijk gebeurt,” vertelt diernutritionist Huub Derix.

Hoe drinkt een big?

“Een goede melkbeurt bestaat uit de volgende vier fasen; roepen, masseren (1 à 1.5 min), drinken (0.5 à 1 min) en weer masseren (oplopend tot zelfs 4 minuten),” somt Huub op. “De zeug kan 30 tot 35 melkbeurten per dag geven, maar geeft er vaak maar 20. Een zeug heeft geen melk opvangvat, zoals een koe, en kan pas weer melk geven als het uier is leeggedronken. Het aantal melkgiften per dag is bepalend voor de hoeveelheid melk die de zeug geeft.”

Robuuste zeugen

“De kennis over de melkgift ligt ten grondslag aan ons nieuwe Inno-Feed zeugenvoer met de bijbehorende voerschema’s en managementadviezen, zoals de verlegstrategieën. Daarnaast zijn de zeugen vlees typischer geworden, staan ze voortaan in groepshuisvestiging én produceren ze meer biggen. We hebben onze zeugen(opfok) voeders daarom luxer gemaakt en we maken gebruik van BCAA aminozuren. Deze worden ook veel gebruikt door duursporters. Het werpproces en vier weken zogen is namelijk ook een duursport voor de zeug. De nieuwe zeugenvoeders zorgen voor robuustere zeugen en gelten met goed beenwerk.” Huub: “Maar voer bepaalt niet alles. Het belangrijkste in de stal blijft rust en regelmaat. Als de zeugen en de biggen fit zijn, dan zorgt de zeug altijd voor een optimale melkproductie. Probeer de melkproductie niet op te drijven met voerschema’s, want dan gaat het zeker fout, maar volg wat de zeug doet en “voer er als het ware achteraan”. De zeug doet er van nature immers alles aan om de melkproductie te optimaliseren.”

Behoefte zeugen

“We hebben onze adviestools aangepast, zodat deze nog beter aansluiten op de behoeften van de zeugen,” vervolgt Huub. “In onze voerschema’s maken we niet alleen onderscheid tussen magere, normale en vette zeugen, maar we hebben er de groep hoog productieve zeugen, voor zeugen met een normale conditie, aan toegevoegd. Zo wordt nog beter rekening gehouden met de conditie én het productieniveau van de zeug. Dit betekent dat conditiemonitoring dus erg belangrijk blijft. Ook hebben we verschillende verlegstrategieën ontwikkeld. Welke strategie wordt ingezet is afhankelijk van de bedrijfssituatie. Tenslotte hebben we onze normen beter afgestemd op de verschillende genetica.”

Tweefasen voedering werkt

“Met tweefasen voedering in de kraamstal kan er veel beter gestuurd worden op de behoefte van de zeug. De behoefte tijdens het werpproces is totaal anders dan in de zoogperiode,” vertelt Huub. “De eerste fase is gericht op het op gang brengen van de biest en het afbigproces. De tweede fase zorgt voor een optimale melkgift. We zien gewoon dat tweefasen voedering werkt.” “De bedrijven met de beste structuur, draaien ook het beste. Wij leveren u graag de praktische handvaten om de juiste managementstructuur op te zetten,” besluit Huub.